Van waterproject tot toeristische trekpleister
Ondanks zijn relatief recente geschiedenis is het domein van de meren van l'Eau d'Heure vandaag de grootste toeristische trekpleister van Wallonië is. Begin jaren 1970 moest een oplossing worden gevonden om het waterpeil van de Samber te reguleren. Door het bijzonder lage debiet tijdens droge periodes werd het scheepvaartverkeer op het kanaal Charleroi-Brussel regelmatig bemoeilijkt. Na verschillende studies werd beslist om reservoirs aan te leggen in de vallei van l'Eau d'Heure.
Er werden twee dammen gebouwd: de eerste in Silenrieux, op l' Eau d'Heure, en de tweede nabij Boussu-lez-Walcourt, op het meer van de Plate Taille. Deze werden gekoppeld aan drie voorstuwdammen: Falemprise, Féronval en Ry Jaune. Zo ontstonden vijf kunstmatige meren, die meerdere jaren nodig hadden om zich volledig te vullen.
Dit opmerkelijke gebied is ontstaan uit een ambitieus waterproject dat in de jaren 1970 werd opgestart. De aanleg van de vijf kunstmatige meren – Plate Taille, Falemprise, Eau d'Heure, Féronval en Ry Jaune – had tot doel het laagwaterpeil van de Samber te reguleren en de watertoevoer naar het kanaal Charleroi-Brussel te ondersteunen. Enorme kunstwerken, zoals de dammen en de waterkrachtcentrale, getuigen vandaag nog steeds van deze visionaire ingenieurskunst. Deze grote reservoirs fungeren daarnaast als stormbekkens om de rivier Eau d'Heure te reguleren bij hevige regenval.
Enkele belangrijke data voor de meren
- 1974 – Bouw van de dammen
- 1981 – Vulling van de meren
- 1994 – Project voor de ontwikkeling van een toeristisch gebied
- 2000 – Opening van het Aquacentre
- 2003 – Ontwikkeling van verblijfstoerisme
- 2011 – Opening van het Natura Parc
- 2016 – Inhuldiging van het Bike Park